Shovel Dance Collective

Politieke collagefolk

Groep van negen personen in een bouwput

Het negenkoppige Shovel Dance Collective bracht in december een van de eigenaardigste én spannendste recente folkplaten uit: vier vijftien minuten durende collages waarin watergeluiden overvloeien in folktraditionals en terug. Een vrijzinnige blik op het thema ‘water’ in de Britse folk, vanuit een feministisch, queer en antikoloniaal perspectief.

Het collectief begon als een trio van gitarist en bouzouki-speler Daniel Evans, percussionist Joshua Barfoot en fluitist Alex Mckenzie, die ook in de postrockband caroline speelt. Heel snel groeide het trio uit tot een negenkoppige groep. ‘Het was een soort spinnenweb van relatief dunne verbindingen die tegen het einde van 2019 ineens allemaal samenkwamen’, omschrijft banjospeler Jacken Elswyth het ontstaansproces. Omdat lang niet duidelijk was wie van de negen musici zou blijven en welke kant het op zou gaan, noemden ze het maar een ‘collectief’ in plaats van een band. De aanduiding bleef en de groepsfilosofie vormde zich ernaar: een democratie waarin iedereen ideeën mag aandragen, waarbij ieder idee dat voldoende medestanders krijgt wordt uitgevoerd. Hoewel tijdens de liveshows de negen musici zo veel mogelijk allemaal samenspelen, staat de grote bezetting ook toe om in kleinere afsplitsingen te musiceren, zoals veel gebeurt op de debuutplaat.

Openlucht
De bijzondere vorm van die debuutplaat ontstond organisch. ‘Tijdens de lockdown stelden we een verzameling opnames samen voor Bandcamp, genaamd ‘Offcuts And Oddities’, legt zanger en organist Nick Granata uit. ‘Allemaal opnames die enorm verschilden van elkaar in herkomst, karakter en geluidskwaliteit. Dat leverde een eigen sfeer op die iets heel bevrijdends had, door het fragmentarische ervan.’ Een spontane opnamesessie op verschillende locaties in de openlucht in Londen, op initiatief van Evans samen met Granata en zanger Mataio Austin Dean, vormde het startschot voor wat uitgroeide tot de nog veel fragmentarischere debuutplaat. Elswyth: ‘We hebben nooit vergaderd over een concept. Er was die ene opnamesessie geweest, die Dan toen knipte en plakte tot een medley. Daar was iedereen zo enthousiast over dat we allemaal opnames begonnen te maken, alleen of in duo’s of trio’s.’ Granata: ‘Dat proces duurde maar en duurde maar, we bleven deadlines stellen en overschrijden, wat ik zelf wel frustrerend vond. Maar nu ben ik blij dat we de deadlines niet haalden, want het eindresultaat is ernaar.’

Herkadering
Wat keuze voor materiaal en manier van bewerken betreft, laat de groep zich leiden door de identiteit van de groepsleden: links georiënteerd, feministisch en veelal queer. Granata: ‘Veel van de nummers die we spelen hebben een queer-perspectief, maar soms is dat dan een nummer uit de 18e eeuw waarin dat queer-element de clou is van een grap. Wij maken er dan iets positiefs en trots van. Maar het is dus vaak eerder een vorm van herkaderen dan herschrijven.’ Hoewel de folkwereld niet vrij is van conservatieve en behoudende kanten, wijst Elswyth op het tegendeel daarvan: ‘Ik leerde folk kennen door musici uit de vroege folkrevival van de jaren ‘60 en dat waren allemaal communisten: Pete Seeger, Ewan MacColl, A.L. Lloyd… Dus de thema’s waarin wij geïnteresseerd zijn, waren er altijd al in de folkscene. En we bewerkten het materiaal telkens vooral ten dienste van de plek op het album en het muzikale narratief. Dus vanuit muzikale overwegingen, niet zozeer om een politieke boodschap uit te dragen. Maar die werkwijze is op zichzelf al politiek. Alleen al het feit dat wij zijn wie we zijn en dat we ons dit materiaal toe-eigenen, voor onszelf maar ook voor de groepen die wij vertegenwoordigen, is een politieke daad.’

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!